René Knuvers' weblog

een blog over internet, muziek, slimmer werken en de spoorwegwereld

De voor- en nadelen van in-ear monitoring

with one comment

Er is veel meningsverschil over bij een live . Ook ikzelf worstel al een tijdje met het al dan niet met ‘’ werken. Na een nieuwe evaluatie afgelopen week heb ik voor mezelf wat conclusies getrokken die ik jullie niet wil onthouden.

De problemen

Bij monitoring spelen een aantal problemen. Zo kunnen akoestische instrumenten op het podium de monitors overstemmen. Het gevolg is vaak dat de monitoren harder gezet worden, en vervolgens de drummer vrolijk harder gaat slaan, of de blazers een tandje bijzetten. Het geluidsniveau kan ongezonde vormen aannemen en de is weg. Bovendien wordt het zaalgeluid beïnvloed door de herrie van het podium.

Ook is de akoestiek van het podium van belang op het uiteindelijke geluid. Een galmende podiumruimte geeft een brij van geluid. Een heel groot podium zonder reflecties (een theater bijvoorbeeld) zorgt weer dat je medemuzikanten niet hoort.

Verder is vaak de mogeljikheden van de apparatuur beperkt: vanuit de front-of-house tafel kun je vaak maar vier monitorkanalen maken, er is soms maar ruimte voor een paar kastjes op de vloer en een losse geluidsman voor de monitormix blijft meestal bij een droom. En de van de ‘man achter de knoppen’ is ook heel belangrijk

In-ear monitoring heeft ook last van deze problemen, maar soms meer, en soms minder. En verder brengt het ook nieuwe problemen met zich mee.

Met in-ear sluit je jezelf af van de rest van het podium. Je hoort de akoestische instrumenten veel minder hard (tot wel 30dB minder) en hoort dus je monitormix beter. Daardoor kun je veel zachter spelen. Sommige instrumenten (toetsen, basgitaar) hoeven zelfs helemaal geen geluid meer te maken op het podium. Dat komt zowel het zaalgeluid als de belasting van je oren ten goede.

In-ears hebben ook geen last van akoestiek van de ruimte. Geen rondzingen dus van microfoons, overal hetzelfde geluid. Dat komt de stabiliteit van de band in verschillende locaties ten goede. Een basisinstelling van de monitormix is dan voor 90% goed.

Met in-ear monitoring gaan de individuele mixen meer op elkaar lijken. Bijna iedereen wil een ‘totaalbeeld’ met zichzelf wat harder. Dat is helaas wel lastig te regelen vanuit de zaal. Doordat in-ears een heel individueel geluid , is ‘meeluisteren’ voor de geluidstechnicus moeilijk te doen. Het vereist dus veel ervaring en goede apparatuur.

Bovendien, als een geluidstechnicus ligt te klooien, heb je met in-ear geen bescherming. Rondzingen van een microfoon kan meteen je oren verknallen. Een muzikant moet dus grenzeloos vertrouwen in de geluidsman hebben. Eerlijk? Ik vertrouw geen enkele geluidsman mijn trommelvliezen toe!

Nog een probleem van in-ear is dat je het contact met mede-bandleden verliest: je hoort letterlijk niks als ze wat zeggen. Zo ook het publiek. Dat is vooral een probleem voor de frontman/-vrouw: al staat het publiek te playbacken, je hoort er niks van! Dat is lastig. Met een ‘ambient’ of  ’audience’ microfoon kun je dat laatste een beetje oplossen, maar echt fijn is het niet, omdat je de PA ook terughoort.

Ook lastig is het feit dat je jezelf (en de rest) héél direct hoort. Dat geeft een beetje klinisch gevoel. Mensen die wel eens in een studio opgenomen hebben, herkennen dat wel. Je staat op een ‘eilandje’ te spelen, wordt voorzichtig en hebt minder het ‘live’ gevoel. Sommige muzikanten noemen het het ‘cocon’ gevoel. Bovendien (en dat geldt vooral voor gitaristen) heb je ‘je eigen geluid’ niet. Het klinkt gewoon anders dan rechtstreeks je gitaarversterker in je oren. Het is vooral wennen denk ik. Uiteindelijk kan hiermee de sound van de band ook flink verbeteren.

Een tip is om ook met de monitorinstallatie te repeteren. Zo wen je er sneller aan, en hoor je elkaars fouten (en genialiteiten!) beter en kun je je spel dus veel verbeteren.

Er zijn nog andere opties voor monitoring: side fills kunnen bijvoorbeeld fijn zijn als je niet teveel herrie op het podium maakt. Een (eventueel uitgeklede) mix van de zaal stuur je met twee kleine speakers het podium op. Als die niet te hard staan, is rondzingen geen probleem en hoor je heel natuurlijk iedereen in een mooie balans. Helaas kunnen geluidsmensen side-fills ook behoorlijk verknallen en hoor je jezelf er niet bovenuit, zeker niet als zanger…

Ook kun je met near-field (of ‘personal’) monitoring werken. Kleine speakers, vaak gemonteerd aan een microfoonstandaard, geven een beleving die ergens tussen in-ear en floormonitoren in zit. Het bescheiden volume maakt dat het podiumgeluid veel zachter kan, maar je houdt toch contact met elkaar en met de zaal.

Persoonlijke monitormix

Met systemen als de (maar er zijn er meer) kun je zelf je mix maken. Ik werk zelf al jaren met een eigen monitormixertje en mix zo mezelf met wat ik van de geluidsman krijg. Met een oplossing zoals de krijg je veel meer mogelijkheden. Daarmee stel je dus precies jouw persoonlijke mix af, eventueel met wat galm hier en daar, EQ om je kick wat meer (of minder…) punch te geven, noem maar op. Dat werkt op een floormonitor, op in-ear en ook op near-field monitoring. Je hebt niet meer afhankelijk van de geluidstechnicus. Hooguit van je medemuzikanten die natuurlijk ook een MyMix moeten hebben en ‘m goed af moeten regelen.

Zelf alles regelen brengt wel sores en verantwoordelijkheid met zich mee. Je moet alles op orde hebben om hiermee te kunnen werken. Ben je heel druk op het podium bezig, dan kun je dat er waarschijnlijk niet bij hebben.

Voor mij persoonlijk lijkt de ideale combinatie nu een MyMix systeem met in-ear met een draad (draadloos kost batterijen en klinkt minder goed dan een draad). Daarmee ook repeteren en de repetitie opnemen op de SD kaart om later terug te luisteren. Het gemis aan contact met de band kan ik oplossen door één oortje uit te doen (hoewel sommige beweren dat je dan de andere monitor te hard gaat zetten!). In de meeste gevallen is visueel contact voor mij genoeg: elkaar aankijken!

Voor frontliners kan ik me voorstellen dat die liever een MyMix met floor-monitor hebben, mits de instrumenten niet te hard gaan op de achtergrond.

gitaristen kunnen volgens mij ook prima met in-ear werken, als ze eraan gewend zijn. Kan eindelijk die gitaarversterker zachter ;-) En met een draadje dat meeloopt met de gitaarsnoer heb je ook geen ‘last’ van een bedraad systeem.

Drummers moeten oppassen met in-ear. Mijn ervaringen zijn wisselend: sommige drummers gaan keihard slaan vanwege de demping van de doppen, of zetten hun doppen zo hard dat ze hun gehoor beschadigen. Maar andere drummers hebben meer controle en die beheersen zich. Dan werkt het echt heel fijn. Een hoofdtelefoon is overigens voor drummers ook geen slechte optie! En de Buttkicker is natuurljk ook een mooie optie ;-) (maar fysiotherapeuten denken daar anders over!)

Aangezien bijna alle professionele muzikanten met in-ear werken, kan het welhaast niet slecht zijn. Maar het succes hangt nog steeds en vooral af van het ‘gevoel’ van de muzikanten met de oplossing en de kwaliteit van de techniek.

Tot slot een paar tips voor in-ears: de nieuwe Shure SE425, de Ultimate Ears TripleFi (ook verkrijgbaar als M-Audio IE-40), en kijk ook eens naar de (veel) goedkopere producten van Sony en Philips, of Sennheiser en AKG. Een goed adres is Saturn, waar ze verbazend veel op voorraad hebben (tenminste, in Tilburg), ook van Ultimate Ears. Ik heb geen ervaring met www.ears4u.nl maar de verhalen zijn goed. Wel heb ik ooit Shure E4′s door Schoonenberg aan laten meten (oorstukje waar de E4 ingestoken werd) en dat was een redelijk succes, tot de E4′s kapot gingen…

Written by Rene Knuvers

september 30th, 2010 at 10:54 am

Posted in Muziek

Tagged with , , , , , ,