René Knuvers' weblog

een blog over internet, muziek, slimmer werken en de spoorwegwereld

In-ear monitoring mixen

without comments

Zoals jullie hebben kunnen lezen, ben ik bezig met het aanschaffen van een in-ear systeem. De keuze is voorlopig gevallen op het systeem van Movek, waarmee alle bandleden volledig hun eigen monitormix kunnen maken. Nu vereist het maken van een monitormix kennis en vaardigheden waarmee de gemiddelde muzikant niet altijd gezegend is. Ik heb zelf ervaring als geluidstechnicus, maar monitormixen is een ander verhaal dan ‘front of house’ schuiven. Bovendien zijn in-ears weer iets heel anders dan floormonitoren. Dus ben ik op zoek gegaan op het internet naar goede informatie en die deel ik dan ook hier met jullie.

Twee goede artikelen vond ik op Mixonline.com: artikel 1 gaat over dat iem’s niet meer voor de happy few zijn, maar ook voor de amateurs en semi-profs bereikbaar zijn. Er wordt vooral ingegaan op de keuzes die je maakt als je met de naar in-ear gaat. Dit artikel is van 1999, dus prijzen, systemen en dat soort zaken zijn niet meer actueel, maar het concept geldt nog altijd.

Artikel 2 gaat meer over het maken van een juiste mix en het grote verschil in mixstijl dat hoort bij een in-ear ten opzichte van een floormonitor. Dit verschil wordt vooral veroorzaakt door het feit dat de in-ear afsluit van de buitenwereld, en dat de in-ear stereo is, in plaats van het mono geluid van de wedge op de vloer. Deze twee fenomenen wil ik hier wat dieper uitwerken.

Als artiesten voor het eerst met in-ears gaan werken, voelen ze zich afgesloten. Je zit op een eiland van geluid, waarbij alles kunstmatig en in heel andere verhoudingen dan je gewend was je oren binnenkomt. Dacht je voorheen met floormonitoren dat je jezelf heel hard wilde horen, nu ineens heb je dat, maar blijkt dat helemaal niet zo fijn te zijn. Het gevoel in je eentje, afgesloten van de rest van de band en de zaal muziek te maken is haast beangstigend.

Dit probleem is op verschillende manieren op te lossen. De meest eenvoudige manier is wat kunstmatige galm op het signaal (of enkele instrumenten) te zetten. Je krijgt dan het idee dat de ruimte in ieder geval groter is dan alleen maar het stukje tussen je linker- en je rechteroor. Ook wordt vaak een ‘ambient’ microfoonsignaal toegevoegd. Sommige systemen, zoals de RSS Roland M-48 hebben een ingebouwde ambient microfoon. Voor de Shure PSM 200 is ook een ambient microfoonset te krijgen die je direct op je beltpack aansluit. Bij een goede plaatsing werkt zo’n microfoon prima en hoor je de reactie van de zaal. Je eilandje blijkt ineens bevolkt!

Een andere, minder vanzelfsprekende manier om het eilandgevoel aan te pakken, en tegelijk ook de definitie van het monitorgeluid te verbeteren, is het maken van een goede stereo-mix. Panning (panorama, of balance) bepaald de plek van elk instrument in het stereobeeld. Stel voor dat je alles op ’12 uur’ laat staan. Alle instrumenten zitten in het midden, halfweg je linker- en je rechteroor. In je hoofd staat de hele band recht voor je neus te spelen. Dit is onduidelijk, en onnatuurlijk. Immers, die gitarist links van je, die hoor je rechts even hard! Met de stereo-positie kun je de mensen aan je linker en rechter zijkant ook daar plaatsen. Door jezelf mooi in het midden te houden, komt het beeld al veel natuurlijker over. Een ander effect is ‘psycho-akoestisch’: je hersenen kunnen geluiden beter uit elkaar houden als ze uit verschillende richtingen komen, dus niet op elkaar liggen, maar naast elkaar gepant zijn.

Er zijn zelfs IEM systemen die het stereobeeld ‘oprekken’ of virtualiseren om ‘buiten de hoofdtelefoon’ geluiden te kunnen plaatsen. Op de bühne heb ik hier geen ervaring mee, maar in mijn stagetijd bij Philips Digital Audio heb ik in diverse experimenten verbluffende resultaten gehad. Jammerlijk bleek het resultaat altijd wel erg afhankelijk van het aangeboden signaal.

Vervolgens is het zaak om de mix echt ‘hi-fi’ te laten zijn. Anders dan bij een floormonitor is een vlak frequentiespectrum zeer gewenst en bijna noodzakelijk voor de juiste definitie in het geluid. Een EQ is nu niet het instrument om rondzingen tegen te gaan, maar een gereedschap om een mooi geluid te krijgen. Trucs die ‘FoH‘ werken, kunnen het ineens op de IEM ook goed doen. Zo kan met een goede EQ instelling wat ‘contour’ aan het laag gegeven worden, of de zang net een oppepper gegeven worden die hem erbovenop legt. Uit de bovengenoemde artikelen blijkt het soms handig te zijn om de 3kHz en/of de 5kHz een beetje omlaag te halen om wat meer hoog uit mindere kwaliteit oortjes te halen. Ik gebruikte zelf vaak een truc in de zaalmix om de zang-subgroep een kleine boost te geven op 3.15kHz, en juist de instrumenten wat te knijpen op 3.15kHz. Daarmee zaten vooral gitaar, drums en damesstemmen elkaar minder in de weg en ligt de zang wat ‘boven’ de instrumenten zonder erg hard te hoeven.

Ook het gebruik van compressors om zangmonitoring te verbeteren, blijkt veelgebruikt. Een ander dynamisch hulpmiddel is de limiter. Niet om de mix te beïnvloeden, maar om te voorkomen dat trommelvliezen het te hard te verduren krijgen. Een snelle limiter kan ingrijpen als ergens een clip ontstaat, of rondzingen. Bedenk je namelijk dat je met een IEM niet weg kunt duiken, en je oren dus direct belast worden met de hoge geluidsdruk!

Ik heb een korte handleiding geschreven voor het Bedienen van een MyMix om snel een goede en veilige mix op te zetten. Tips zijn uiteraard welkom!

Written by Rene Knuvers

oktober 16th, 2010 at 5:51 pm

Posted in Muziek

Tagged with , , ,